Ga naar de inhoud

De Grote kleine lettertjes

De wereld van Azkaloth kent zeven goden. De vier Elementaire Goden (Vuur, Water, Aarde en Lucht) hebben de wereld geschapen. Dan zijn er de Godinnen van Haat en Liefde, die de mens geschapen hebben. En tot slot is er de God van de Handel. Hoewel hij niets geschapen heeft, is hij misschien wel de belangrijkste god voor de mensen. Handel en rijkdom, geld, geluk en gokken: zijn domein is alles wat de mensen bezig houdt. Al die goden zijn hartstikke leuk, maar ik maak het mezelf niet makkelijk. Nu moet ik als schrijver ineens heel hard nadenken over hoe de goden worden aangesproken. En over hoe er over de goden gesproken wordt.

Ik was op school wel goed in taal en spelling. Ik heb zelfs met heel veel plezier taalwetenschap gestudeerd. Er is wel vaag iets blijven hangen van de fonetiek van het Japans en de syntaxis van het Indonesisch, maar dat wil niet zeggen dat ik alle spellingsregels van het Nederlands uit mijn hoofd ken en begrijp. De meeste mensen lijken te denken van wel, maar dat terzijde. Het blijft voor mij soms nog een lastige puzzel. Want wanneer heb ik het over een God en wanneer over een god? Zijn daar wel regels voor?

Voor een monotheïst is het makkelijk. Voor diegene is er maar één god en met een beetje geluk heet ie nog God ook. In welke context dan ook, God hoort met een hoofdletter geschreven te worden. Maar hoe is dat voor iemand die in meerdere goden gelooft? En zeker als die goden allemaal hun eigen naam hebben. God is dan geen naam, maar een titel. Moet een titel met een hoofdletter geschreven worden?

Ik heb mijn eigen logica erop losgelaten en kwam tot de volgende regels:

  1. Wanneer het een titel is, moet het met een hoofdletter: Ephine is de Godin van de Lucht.
  2. Als gewone persoonsvorm moet het met een kleine letter: De god zat aan tafel te drinken.
  3. Als mensen de goden aanspreken, is het met een hoofdletter: Grote Goden, wat heb ik gedaan?

Dit leek mij makkelijk om te onthouden. Het enige probleem is dat ik hier van tevoren niet over heb nagedacht en gewoon alles met hoofdletters heb geschreven met het idee: ‘daar denk ik later wel over na’. En dan is het heel moeilijk om na het veranderen van de regels nog consequent te zijn. Er sluipen sowieso al heel veel foutjes in een boek en dit is echt vragen om problemen. Maar goed, nu ik de regels voor mezelf helder op een rijtje heb, moet het na zes keer alles doornemen wel lukken om consequent te zijn. Toch? Ik hoef immers nergens meer over te twijfelen. Toch?

Maar hoe zit het eigenlijk met geschreven teksten?

Hoe bedoel ik dat, ik ben toch de schrijver? Azkaloth is een boek van mijn hand, maar niet alles is door “mij” geschreven. Er komen teksten in voor van een profeet, oude mythen, sprookjes. Een priester zal het woord god of godin misschien wel altijd met een hoofdletter schrijven, ook als het niet een titel of aanspreekvorm is. En dat geldt misschien ook wel voor mensen die over de goden spreken. Kun je met hoofdletters spreken?

Ik ben de schrijver van het boek, maar ik leef niet op die wereld. En dan ben ik nog een atheïst ook. Voor mij hoeft god of godin nooit met een hoofdletter geschreven te worden. Maar in de wereld van Azkaloth geloven de mensen wel in hun goden. En dan is het misschien wel gepast om in hun citaten het woord god of godin met een hoofdletter te gebruiken. Zeker als er een priester aan het woord is.

En dan heb je nog constructies als: mijn god of mijn godin. Want als je uit zeven goden kunt kiezen om je gebeden toe te richten, dan zou je zomaar een persoonlijke favoriet kunnen hebben en dat is dan jouw god. Maar spreek je dan over “mijn god”, “mijn God” of zelfs “Mijn God”?

Misschien zijn jullie allang afgehaakt. Ik begin hier zelf het spoor ook een beetje bijster te raken. Misschien wordt het toch tijd om er een taalgids op na te slaan. Het zou me niet verbazen als ik nog honderd hoofdletters in kleine letters moet veranderen, of andersom. Ik kijk er nu al naar uit…