Ga naar de inhoud

Schrijven is een vechtsport

Het klinkt misschien overdreven, maar schrijven kan echt een worsteling zijn. Ideeën voor een boek komen soms op de meest onhandige momenten: ’s nachts om half twee, onder de douche, in de file. Momenten waarop je lijf niks doet en je creatieve geest alle ruimte krijgt. Wat natuurlijk geweldig is. Je hebt op zo’n moment echter geen gelegenheid om je idee op papier te zetten.

Wanneer ik later tijd heb om te schrijven, en ik ga er goed voor zitten, dan komen de woorden niet. Ik weet nog wel wat, maar niet hoe. Ik kan een half uur bezig zijn met een zin, omdat ik zeker weet dat ik eergisternacht om half twee de perfecte woorden wist. Maar op dat moment weet ik ze niet meer. Ik kan ze benaderen, maar ik kan er net niet bij. En hoe ik dan ook pieker en peins, ik raak dat gevoel niet kwijt. Bijzonder frustrerend.

Het enige wat ik dan kan doen, is genoegen nemen met een ruwe schets. Accepteren dat wat ik schrijf misschien niet goed is, maar goed genoeg. Tekenen is makkelijker. Voor een tekening of schilderij maak ik soms vier of vijf schetsen en dat vind ik helemaal niet moeilijk. Dat hoort er gewoon bij. Sommige stukjes moet je even op oefenen. Zo moet ik ook naar schrijven kijken. Een verhaal is een schets, een manuscript een schilderij.

Zou ik het nu eindelijk geleerd hebben? Als ik nooit meer twijfel over een woord ben ik een gelukkig mens. Hoewel, ik kan me eigenlijk niet voorstellen hoe dat is. Misschien is het dan te makkelijk en is de lol eraf. Bovendien kan die worsteling ook een inspiratie zijn. Onderstaand verhaal vond ik in de oude doos en komt uit 2010.


Eindelijk tijd om te schrijven. Yedra was zo druk geweest de laatste tijd. Ze was er gewoonweg niet aan toe gekomen. Nu had ze lekker de hele dag vrij. Tijd voor zichzelf, voor haar boek. Ze zette zich aan haar bureau en nam de pen ter hand. Wat nu? Waar was ze gebleven? Ze had al zo lang geen aandacht meer aan haar boek besteed, ze wist het niet meer. Ze herlas de laatste regels:

Irfan schrok op van een geluid, dat er eigenlijk niet was. Een onhoorbare stilte die dreunde in zijn oor. Zo’n moment waarop je schrikt, omdat je niet anders kan, maar je weet niet waarvan je schrok. Je realiseert je plotseling dat er iets is, wat er altijd al geweest was, of in dit geval, iets dat afwezig was.

Yedra fronste. Toen ze het opschreef, klonk het allemaal zo logisch, maar nu ze het maanden later teruglas? Wat had ze ermee bedoeld? Zelf kon ze zich er van alles bij voorstellen, maar nu zag ze wel in dat een ander er waarschijnlijk niets mee kon. Te vaag. Te lang. De pen kraste over het papier, over de woorden waar ooit zo hard aan gewerkt was om ze leven in te blazen. Ze leefden nog heel eventjes op, maar doofden toen uit. Tot leven gebracht door een pen, gedood door een pen. Misschien nog dezelfde pen ook. Yedra glimlachte. Misschien moest ze dat opschrijven!

Irfan schrok op. Had hij iets gehoord, of verbeeldde hij het zich maar? Er was wel degelijk iets geweest, maar wat? Hij besloot een kijkje te nemen. Voorzichtig sloop hij naar buiten…

Wacht, waar was hij eigenlijk? Yedra bladerde terug in haar schrift. Ze slaakte een geërgerde zucht. Hij was al buiten! Op een open plek in een donker bos, naast een knappend vuurtje dat hij had aangelegd om zijn eten te koken. Hij had het vuur nooit gedoofd. Brandde het nog? Hoe kon het dan een donker en stil bos zijn, met een knappend kampvuur? De pen ging weer aan het werk. Het priegelde wat woorden tussen de regels: Irfan was even in slaap gevallen. Hij werd wakker van iets. Het vuur was ondertussen gedoofd tot een licht smeulend hoopje as.

De pen kraste, deed woorden ophouden of beginnen te bestaan.

Hij tuurde in het duister. Zijn hand klemde zich om zijn dolk (had hij wel een dolk? Mes was misschien een beter woord). Voorzichtig stapte hij uit de veilige kring van het licht.

Verdorie, het vuur was al gedoofd! Maar het klonk zo goed, vond Yedra. Moest ze wat ze zojuist geschreven had weer schrappen? Misschien scheen de maan wel, het was immers een open plek in het bos. Dat kon wel, ja. Volgende keer maar nadenken voor ze wat schreef?